Stoffen in houtrook

Benzeen

Benzeen komt vrij bij tabaksrook, houtrook, benzinestations, uitlaatgassen van auto’s en industriële emissies. Zowel bij inslikken, huidcontact als inademen kunnen gezondheidseffecten optreden.

Gevolgen voor de gezondheid?

Een korte blootstelling (5 tot 10 minuten) aan zeer hoge concentraties in de lucht (30 000 – 70 000 mg/m³) kan dodelijk zijn.

Bij lagere concentraties (2500 – 10000 mg/m³) kan duizeligheid, hartritmestoornissen, beven, verwarring en bewusteloosheid optreden.

Inslikken van hoge concentraties kan braken, duizeligheid, stuipen en zelfs de dood veroorzaken. Over eventuele gezondheidseffecten na het inslikken van lage concentraties is niets bekend.

Wanneer benzeen op je huid terecht komt, kan dat roodheid en wonden veroorzaken. Benzeen dat in contact komt met je ogen kan zorgen voor algemene irritatie en kan het hoornvlies beschadigen.

Wanneer je benzeen gedurende lange tijd inademt, kan je schadelijke effecten ontwikkelen in je beenmerg. Daardoor kan je normale bloedvorming verstoord worden, zodat bloedarmoede en bloedingen kunnen ontstaan.

Bovendien kan een langdurige blootstelling aan relatief hoge concentraties benzeen kanker van de bloedvormende organen (leukemie) veroorzaken. Het Internationaal Agentschap voor Onderzoek naar Kanker deelt benzeen in bij de kankerverwekkende stoffen (groep 1). Blootstelling aan benzeen wordt geassocieerd met een bepaald soort kanker, namelijk acute myeloïde leukemie.

De meeste gegevens over de effecten van benzeen zijn gebaseerd op studies van arbeiders die in het verleden blootgesteld werden aan hogere concentraties dan de concentraties die normaal gezien in je eigen omgeving voorkomen.

Benzeen dat in je lichaam terechtkomt na inademing, door inslikken of via huidcontact, wordt voor de helft opgenomen in de bloedsomloop. Eens in je lichaam kan de stof opgeslagen worden in beenmerg en vetweefsel. Op die plaatsen wordt het omgezet naar andere producten die op hun beurt ook schadelijke effecten kunnen veroorzaken. De meeste afbraakproducten verlaten je lichaam binnen de 48 uur na blootstelling.


Hoe blootstelling beperken?

  • Roken is een belangrijke blootstellingsbron, minder roken betekent minder blootstelling aan benzeen.
  • Houtrook is een vergeten item. De waarde is heel afhankelijk van de bron (aantal houtkachels, afstand tussen huizen en stookgedrag)
  • In de buurt van tankstations en bepaalde industriegebieden kan de benzeenconcentratie verhoogd zijn.
  • Let op met lijmen, oplosmiddelen en andere stoffen die benzeen kunnen bevatten.Verlucht voldoende bij gebruik van deze producten.

Wat is benzeen?

Benzeen is een kleurloze vloeistof met een zoete geur. Benzeen verdampt snel, is zeer brandbaar en lost niet goed op in water. Je kan benzeen ruiken bij luchtconcentraties tussen 5 mg/m³ en 15 mg/m³ of bij waterconcentraties rond 2 ppm (parts per million). Vanaf een waterconcentratie tussen 0,5 en 4,5 ppm kan je benzeen ook proeven.

Benzeen komt zowel in water als in lucht en bodem voor. De stof kan door menselijke activiteiten in het milieu terecht komen, maar ook als gevolg van natuurlijke processen. Benzeen werd ontdekt in de jaren 1800 in koolteer.

Tegenwoordig wordt benzeen vooral geproduceerd uit petroleum. De stof wordt in heel wat toepassingen gebruikt en hoort dan ook bij de meest geproduceerde chemische stoffen. Bovendien wordt het gebruikt als grondstof voor heel wat andere chemische stoffen (cumeen, styreen, rubbers, …).

Natuurlijke bronnen zijn vulkanen en bosbranden. Benzeen zit in ruwe olie, benzine en sigarettenrook.


Hoe word je blootgesteld?

Benzeen wordt dikwijls aangetroffen in het milieu, meestal als gevolg van industriële processen. Concentraties in de buitenlucht variëren tussen 0,06 en 110 µg/m³ (1 µg = 1/1000 mg). In steden, industriegebieden en wijken met veel houtstook liggen de concentraties meestal hoger dan in landelijk gebieden. Binnenshuis zijn de concentraties ook meestal hoger dan buitenshuis. In de buurt van afvalstorten die benzeen bevatten, petroleumraffinaderijen, petrochemische industrie en benzinestations word je blootgesteld aan hogere concentraties benzeen in de lucht.

Dagelijks word je blootgesteld aan kleine hoeveelheden benzeen. Voor de algemene bevolking gebeurt de blootstelling voornamelijk door inademen. De belangrijkste bronnen zijn

  • tabaksrook
  • houtrook
  • benzinestations
  • uitlaatgassen van auto’s
  • industriële emissies
  • lijmen
  • verven
  • boenwas
  • detergenten

Sigarettenrook/houtrook is een belangrijke bron: de gemiddelde roker neemt tot 10 keer meer benzeen op per dag dan een niet-roker. Benzeen kan eveneens in het grondwater terechtkomen door lekkende opslagtanks of door uitspoeling van een afvalstort. Op die manier kan je blootgesteld worden via inslikken. Benzeen kan via vervuild water of vervuilde grond in de lucht terechtkomen door verdamping.


Normen

  • Geurdrempel (mg/m³): 10
  • Smaakdrempel (µg/L): 2,5
  • ARAB (mg/m³) arbeiders: 3,25
  • WHO (µg/m³) 24 uur: 5
  • Binnenmilieubesluit (µg/m³): 10

De TAC (Total Allowable Concentration) in omgevingslucht over een periode van 8 uur (voor arbeiders) is 30 µg/m³. De ARAB (Algemeen Reglement voor de arbeidsbescherming) wetgeving geeft als norm voor de werkplaats 3,25  mg/m³. De WHO legt de norm voor 24 uursblootstelling op 5 µg/m³. De norm is laag omdat er vanuit gegaan wordt dat benzeen kanker kan veroorzaken. Het Binnenmilieubesluit dat kwaliteitsnormen opgeeft voor het binnenmilieu van woningen en openbare gebouwen legt de norm op 10 µg/m³, bij hogere benzeenconcentraties moeten maatregelen genomen worden. De streefwaarde voor het binnenmilieu is 2 µg/m³.

Fijn stof

Fijn stof is een vorm van luchtvervuiling en is vooral afkomstig van houtstoken (lokaal) & wegverkeer. Het veroorzaakt of verergert acute luchtwegaandoeningen en tast op lange termijn de longfunctie aan. Metingen tonen aan dat de fijnstofconcentraties in te vaak tegen of boven de norm liggen.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat er een duidelijk verband bestaat tussen luchtverontreiniging door fijn stof en gezondheidsklachten. Fijn stof is een verzamelnaam voor verschillende stoffracties, waarvan sommige deeltjes schadelijker zijn voor de gezondheid dan andere.

Mogelijke bronnen  van luchtverontreiniging zijn de uitlaat van een auto, maar ook fabrieken, of de schoorsteen van de houtkachel op het dak van een huis. Een levenslange blootstelling aan de huidige concentraties fijn stof in de lucht zorgt ervoor dat onze gemiddelde levensverwachting met een jaar wordt verminderd. U kunt er ziek van worden en dat proces duurt veel langer dan een jaar. COPD is een ziekte wat jarenlang kan duren voordat men overlijdt. Houtrook bevat veel fijnstof en is lokaal de grootste vervuiler.

Ook de grootte van het stofdeeltje is bepalend voor de schadelijkheid ervan: hoe kleiner de deeltjes, hoe dieper ze in de luchtwegen kunnen doordringen en hoe meer schade ze kunnen berokkenen. Stofdeeltjes met een diameter van minder dan 10 micrometer zetten zich af in de keel en de bovenste luchtwegen. De kleinere deeltjes met een diameter van 2,5 micrometer komen in de longblaasjes terecht (en eventueel in het bloed) en kunnen bronchitis, hart- en vaataandoeningen en kanker veroorzaken.

Gevoelige groepen

Een gevoelige groep is een groep mensen die vatbaarder is voor de gezondheidsrisico’s van luchtverontreiniging en fijn stof in het bijzonder. We onderscheiden twee soorten gevoelige groepen:

  • De eerste groep bestaat uit mensen die meer kans hebben grotere hoeveelheden vervuilende stoffen in te ademen, zoals bijvoorbeeld mensen die langs een drukke verkeersweg wonen.
  • De tweede groep zijn mensen die gevoeliger zijn voor de inademing van vervuilende stoffen zoals bijvoorbeeld volwassenen met aandoeningen aan de luchtwegen of het hart- en vaatstelsel, ouderen en (ongeboren) kinderen.

Ernstige gezondheidseffecten zoals sterfte en ziekenhuisopname treden vooral op bij mensen die extra gevoelig zijn Door de vergrijzing en het toenemend aantal mensen met astma en hart- en vaatziekten, zal in de toekomst een groter deel van de bevolking extra gevoelig zijn voor fijn stof.

Acute en chronische gezondheidseffecten

Er zijn gezondheidseffecten die optreden nadat iemand kort (enkele uren tot enkele dagen) is blootgesteld aan hoge concentraties fijn stof. Dit zijn de zogenaamde kortdurende of acute effecten. Er zijn ook effecten die optreden nadat iemand jarenlang is blootgesteld aan een matige concentratie. Dit worden langdurige of chronische effecten genoemd.

Piekwaarden van luchtverontreiniging komen voor wanneer gedurende een korte tijd de concentratie van een stof tijdelijk verhoogd is. Bij aanhoudend en erg warm zomerweer wordt de hoeveelheid ozon bijvoorbeeld hoog. Afhankelijk van de weersomstandigheden kan zo’n smogperiode een dag of enkele dagen duren. Tijdens of vlak na zo’n verhoging in concentraties verergeren gezondheidsklachten aan luchtwegen, hart of bloedvaten, vooral bij mensen uit gevoelige groepen. Bij erg hoge concentraties kunnen ook gezonde mensen last krijgen van bijvoorbeeld oogirritatie of hoesten.

Chronische effecten treden pas op na een jarenlange blootstelling en zijn vaak blijvend. Er is geen herstelperiode omdat de blootstelling constant plaatsvindt. Na langdurige blootstelling aan luchtverontreiniging kunnen luchtwegklachten zoals astma en chronische bronchitis verergeren. Hetzelfde geldt ook voor hart- en vaatziekten. Hierdoor kunnen patiënten eerder overlijden dan het geval zou zijn geweest zonder blootstelling aan luchtverontreiniging.

Fijn stof is bovendien de belangrijkste oorzaak voor het verlies aan gezonde levensjaren . Recent onderzoek berekende dat fijn stof verantwoordelijk is voor het verlies van 79.500 verloren gezonde levensjaren per jaar.


Hoe uitstoot beperken?

Stoppen met houtstoken in woonwijken.

Korte vliegafstanden met de trein.

Pak meer de fiets.


Hoe blootstelling beperken?

Stop met roken. De hoeveelheid fijn stof die je via sigarettenrook inademt, is veel hoger dan de hoeveelheid fijn stof die je door luchtverontreiniging inademt.

Ventileer. De lucht in huis is meestal van slechtere kwaliteit dan de lucht buitenshuis omdat er verschillende bronnen zijn die de binnenlucht verontreinigen. Dit komt bovenop de eventuele verontreiniging die al in de (buiten)lucht aanwezig was. Daarom is het goed te zorgen voor een continue ventilatie (voortdurend afvoeren van vuile lucht en aanvoeren van verse lucht) en de woning goed te luchten (kortstondig een grote, maar frisse luchtstroom creëren door bijvoorbeeld het wijd openzetten van ramen en/of deuren die in contact staan met de buitenlucht). Als je de mogelijkheid hebt, kan je het best ventileren en verluchten aan de zijde van je woning waar weinig of minder verkeer langskomt. Kan dit niet, laat dan voor en na de piekuren de frisse lucht binnen. Houd nooit alle ramen de hele dag gesloten. (Door het stookgedrag van de buren kunnen gedupeerden slecht ventileren. De houtrook (fijnstof) komt dan anders direct in het huis terecht.

Verplaats je slim. Ook binnen dezelfde stad kunnen grote verschillen in luchtkwaliteit aangetroffen worden. In een drukke straat blijven vervuilende stoffen die door het verkeer worden uitgestoten vaak hangen en is de luchtkwaliteit zeer slecht, terwijl aan de achterkant van gebouwen die langs drukke straten liggen de luchtkwaliteit reeds veel beter zal zijn. Vooral de concentraties van verkeergerelateerde luchtverontreiniging kunnen binnen een stad zeer sterk variëren van zeer hoog vlakbij een weg met veel verkeer naar 10 keer lager op 100m van die weg. Daarom kan je best fiets- of wandelroutes uitstippelen langs wegen met minder verkeer. Zo mag je er vanuit gaan dat je veel minder luchtvervuilende stoffen zal inademen.

Stook verstandig in uw open haard of houtkachel: gebruik geschikte brandstoffen (milieuvriendelijke brandstoffen, geen vochtig of behandeld hout, geen afval of krantenpapier) en stook niet bij windstil en mistig weer.


Wat is fijn stof?

Fijn stof is één van de meest schadelijke stoffen van luchtvervuiling. Het bestaat uit deeltjes met een verschillende grootte en een verschillende samenstelling. Deze samenstelling is heel divers: gaande van mineralen, vezels, zouten, organo-metaalverbindingen tot koolwaterstoffen.

Andere termen voor fijn stof zijn: ”zwevende deeltjes”, “aërosolen“ of de Engelse term ”particulate matter” (PM). Afhankelijk van de doorsnede van de stofdeeltjes wordt gesproken van PM10 , PM2,5 en PM0,1. Het cijfer achter PM verwijst naar de doorsnede van de stofdeeltjes, met name 10 µm, 2,5 µm en 0,1 µm.

De fractie PM0,1 omvat de ultrafijne deeltjes, de fractie PM2,5 is de som van ultrafijne en de fijne deeltjes en de fractie PM10-2,5 beschrijft de grove deeltjes van de PM10 fractie.

Naast de indeling in diameter kunnen deeltjes onderscheiden worden naar de wijze waarop ze in de lucht zijn gebracht. De fractie groter dan 2,5 µm bestaat vooral uit mechanisch gevormde deeltjes die in de lucht worden gebracht door de wind of antropogene activiteiten, zoals opwaaien bij verkeer en opslag en overslag van bulkgoederen.

De fractie kleiner dan 2,5 µm bestaat vooral uit deeltjes ontstaan door condensatie van verbrandingsproducten of door reactie van gasvormige polluenten tot secundair aërosol.


Bronnen van fijn stof

Voor PM2,5-emissies zijn houtstoken  en industrie de belangrijkste bronnen. Fijn stof ontstaat immers als gevolg van verbrandingsprocessen in bijvoorbeeld houtkachels, vuurkorven,tuinhaarden,bbq open haarden vrachtwagens (vooral dieselmotoren), elektriciteitscentrales en industriële en particuliere stookinstallaties. Maar het kan ook een gevolg zijn van de op- en overslag van bijvoorbeeld kolen, erts en graan en van slijtage van autobanden en wegen.Huishoudens leveren ook een aanzienlijke bijdrage door onder meer het stoken van allesbranders en open haarden, het gebruik van de barbecue, het roken van sigaretten en autorijden. De roetdeeltjes die vrijkomen bij het stoken van bijvoorbeeld een open haard hebben een relatief hoog gehalte aan schadelijke stoffen als gevolg van onvolledige verbranding. Bovendien vindt deze vorm van uitstoot plaats in de directe leefomgeving en op leefhoogte.

Tenslotte kunnen ook natuurverschijnselen zoals vulkaanuitbarstingen, bodemerosie, zeezout of opwaaiend zand luchtverontreiniging veroorzaken.

Wintersmog versus zomersmog
In de winter kunnen de concentraties fijn stof extra hoog oplopen, vooral dan tijdens de zogenaamde “inversieperiodes”: door het specifieke temperatuursverloop in de verschillende luchtlagen kan de vervuilde lucht zich dan moeilijk verspreiden zodat de vervuiling als een deken tegen het aardoppervlak blijft hangen.

Weersomstandigheden in het algemeen zijn een belangrijke factor bij pieken van fijn stof. Zo kunnen ook in periodes van droogte of van hoge ozonconcentraties tijdens de lente en de zomer hogere concentraties fijn stof voorkomen.


Normen

In de eerste dochterrichtlijn lucht (1999/30/EG) worden luchtkwaliteitsnormen (grenswaarden en alarmdrempels) vastgelegd voor PM10. Voor PM10 werden er grenswaarden vastgelegd in 2 fasen. De grenswaarden van fase 1 zijn geldig vanaf  1 januari 2005. De grenswaarden van fase 2 waren indicatieve grenswaarden die herzien werden in het licht van bijkomende informatie over de effecten op gezondheid en milieutechnische haalbaarheid en ervaring met de grenswaarden van fase 1. In oktober 2005 werd door de EU Commissie een nieuwe geïntegreerde Richtlijn betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa voorgesteld. Deze richtlijn combineert 4 eerder gepubliceerde richtlijnen m.b.t. luchtkwaliteit (1999/30/EG, 2000/69/EG, 2002/3/EG) en m.b.t. informatie-uitwisseling (97/101/EG). In dit voorstel worden naast de reeds in voege zijnde normering voor de polluenten SO2, NO2, Pb, PM10, CO, benzeen en ozon eveneens normen voor PM2.5 weergegeven. De PM10 grenswaarden voor fase 2 worden niet weerhouden.

De grenswaarden (zowel dag als jaar) van fase 1 voor de bescherming van de gezondheid van de mens gelden vanaf 1 januari 2005.

  • Daggrenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens: 50 µg/m³ PM10, mag niet meer dan 35 keer per jaar worden overschreden
  • Jaargrenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens: 40 µg/m³ PM10
  • Vanaf 2015 is de limiet voor PM2.5 25 µg/m³. De limiet is 20 µg/m³ buiten stedelijke gebieden.
  • Vanaf 2020 geldt overal een streefwaarde (geen harde norm) van 20 µg/m³ voor PM2.5. Bovendien moet de concentratie PM2.5 in stedelijke gebieden in 2020 met tien procent zijn afgenomen ten opzichte van 2010.

 

Roet

Roet is slecht voor je gezondheid en voor het milieu. Irritatie van de ademhalingswegen en ogen, hart- en vaatziekten en een verhoogd risico op kanker en astma worden in verband gebracht met roet.

Gevolgen voor de gezondheid?

Roet is één van de meest schadelijke componenten van (ultra)fijn stof. De gezondheidsrisico’s van roet zijn afhankelijk van de concentratie van roet en de andere stoffen die aan roet vasthechten zoals metalen, PAK’s en dioxines.

De lange termijn effecten variëren van astmatische klachten tot een verhoogd kankerrisico en vervroegde sterfte.

Op korte termijn kan roet irritatie van de ademhalingswegen en de ogen veroorzaken. Ook hart- en vaatziekten zoals bloeddrukverhoging, hartritmestoornissen en hartinfarcten worden in verband gebracht met verhoogde kortdurende blootstelling aan roet.


Gevolgen voor het milieu?

Roet bevuilt oppervlakten, zorgt mee voor zure regen en heeft een sterker broeikaseffect dan CO2. Ook al blijven roetdeeltjes maar enkele dagen tot weken in de atmosfeer, toch houden ze in die korte tijd heel veel warmte vast. Een vermindering van de roetuitstoot heeft bijgevolg een belangrijke impact op de strijd tegen de klimaatopwarming.


Hoe uitstoot beperken?

  • Verminder je autogebruik en doe meer verplaatsingen te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer.
  • Kies bij de aankoop van een wagen voor een zuinige auto, liefst elektrisch. Een dieselwagen stoot meer roet uit dan een benzinewagen.
  • Een dieselwagen met roetfilter houdt meer roetdeeltjes tegen waardoor minder roet uitgestoten wordt. De Vlaamse overheid geeft een premie tot 600 euro voor het plaatsen van een roetfilter op bestaande dieselwagens.
  • Kies voor groene stroom afkomstig van zonne-, wind- of waterenergie. Vermijd stroom op basis van verbranding van fossiele brandstoffen of biobrandstoffen.
  • Beperk houtverbranding binnen en buiten tot het minimum.
  • Kies voor lokale of regionale geproduceerde producten want daar is veel minder transport voor nodig.

Hoe bloostelling beperken?

  • Vermijd wandelen, fietsen, recreëren en langdurig verblijven langs drukke wegen en kruispunten met stoplichten.
  • Rook niet en laat bezoekers niet binnenshuis roken.
  • Gebruik geen kaarsen of wierook binnenshuis.

Wat is roet?

Roetdeeltjes zijn restdeeltjes van de (onvolledige) verbranding van koolstofhoudende brandstoffen zoals hout, gas, kolen, benzine of diesel. Voorbeelden van zulke verbrandingsprocessen zijn:

  • uitlaatgassen van wagens waarbij dieselmotoren over het algemeen meer roet uitstoten dan benzine wagens of wagens op aardgas
  • stookinstallaties in de industrie
  • huishoudelijke verwarmingstoestellen, open haarden, vuurkorven,tuinhaarden,bbq, houtkachels enz.
  • sigaretten, kaarsen en wierook

Roet, zwarte rook en elementair koolstof: verschillend of één pot nat?

Zwarte rook, Black Carbon (BC) en elementaire koolstof (EC) verwijst naar de verschillende methoden om de roetconcentratie te meten.

  • De zwarte rook methode meet roet op een optische manier. De zwartheid van de filter wordt bepaald door het meten van de hoeveelheid gereflecteerd wit licht in vergelijking met een schone filter.
  • Elementair koolstof wordt gemeten met behulp van een thermische procedure waarbij de fijn stof filter in een oven wordt blootgesteld aan steeds hogere temperaturen.
  • Het meetprincipe van black carbon berust op de verandering van de doorlaatbaarheid van licht door een filter die continu wordt beladen met fijn stof.

Roet als indicator voor de gezondheidsimpact van verkeergerelateerde luchtverontreiniging

Om de impact van luchtvervuiling op de volksgezondheid in te schatten, wordt vooral gebruik gemaakt van PM10, PM2.5 en NO2 omdat daar Europese luchtkwaliteitsnormen voor bestaan.

Uit onderzoek blijkt dat roet een belangrijke aanvullende indicator is om de lokale invloed van verkeer op de gezondheid te beoordelen. Dit komt omdat mobiliteitsmaatregelen een grotere invloed hebben op de roetconcentraties dan op PM10 en PM2.5. Bovendien is roet per massa-eenheid toxischer. Informatie over roetconcentraties kan daarom helpen om keuzes te maken voor verkeersmaatregelen die de luchtkwaliteit lokaal verbeteren en de gezondheid positief beïnvloeden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: