Fijn stof: wel degelijk een vuiltje aan de lucht

dm_logo_small

BRON

België
Wetenschappers dienen Luc Bonneux van repliek i.v.m. fijn stof en gezondheid. Tim Nawrot, hoofddocent milieu-epidemiologie, Universiteit Hasselt en KU Leuven; Benoit Nemery, gewoon hoogleraar arbeids- en milieugeneeskunde, KU Leuven; Frans Fierens, wetenschappelijk medewerker, Interregionale cel voor het Leefmilieu; Marc Goethals, cardioloog, O-L-V Ziekenhuis Aalst; Bert Brunekreef, hoogleraar milieu-epidemiologie, Universiteit Utrecht, Eredoctor KU Leuven (2008).

media_l_5095630 media_l_5095655

Citaat;

Tot slot onze evolutionaire “gewenning” aan de rook van vuurtjes. Hier kunnen we kort over zijn: dit is baarlijke nonsens. Bonneux zou er goed aan doen dit verhaal eens te vertellen aan de moeders en vaders van de honderdduizenden jonge kinderen die jaarlijks sterven in ontwikkelingslanden als gevolg van het inademen van deze rook via het koken op open houtvuren of simpele traditionele kachels.

Nadat een MIRA-rapport fijn stof tot het belangrijkste milieugezondheidskundig probleem had uitgeroepen, schreef Luc Bonneux hier vorige weekend dat het allemaal om bangmakerij zou gaan (DM 11/8).

Omdat over de gevaren van fijn stof al twintig jaar heel wat te doen is in wetenschap en beleid, is er een lange internationale traditie in het beoordelen en wegen van de resultaten van al het onderzoek dat is gepubliceerd. Belangrijke spelers hierin zijn onder andere het Amerikaanse milieuagentschap (Environmental Protection Agency, EPA) en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Het meest recente document waarin alle kennis wordt samengevat is de Integrated Science Assessment van de EPA uit 2009. Daarin wordt met inachtneming van alle onzekerheden het verband tussen fijn stof en sterfte zowel op korte als lange termijn “oorzakelijk” genoemd.

De heer Bonneux is mogelijk met deze publicatie niet bekend. Hij heeft in ieder geval zelf nooit onderzoek gepubliceerd naar luchtverontreiniging en gezondheid. Hij schrijft al wel vele jaren sterk op elkaar lijkende stukjes in de dagbladen over fijn stof, maar heeft het tot nu toe niet aangedurfd zijn ‘kritiek’ aan collega-onderzoekers in de vaktijdschriften aan te bieden.

Geen enkele van de door Bonneux beschuldigde ‘aanhangers van de fijn stof-hypothese’ heeft ooit verkondigd dat luchtverontreiniging door fijn stof de belangrijkste, laat staan de enige ziekmakende factor zou zijn in onze maatschappij

Bonneux gebruikt een drietal argumenten in zijn betoog :
1. De gevaren van fijn stof zijn te verklaren door sociaal-economische verschillen tussen bevolkingsgroepen
2. Studies op proefdieren vinden alleen effecten bij zeer hoge doses van fijn stof
3. Mensen kunnen een beetje fijn stof best verdragen, wij zijn immers tijdens onze evolutie van oudsher blootgesteld aan rook van houtvuurtjes.

Houden deze steek ? We lopen ze even na:
1. Bonneux beweert dat in armere milieus de blootstelling aan fijn stof vaak groter is dan bij mensen in hogere sociale klassen, en dat de opgetekende gezondheidseffecten niet aan fijn stof moeten worden toegeschreven maar aan de ‘sociale achterstand’ en de daarbij samenhangende factoren.

Een op zich interessante gedachte – maar wel een die al herhaaldelijk is getoetst. Zo bleek uit onderzoek in Rome en Nederland dat welstand juist samenhing met een hogere blootstelling aan luchtverontreiniging: brede straten met veel verkeer in oude binnensteden zijn het meest vervuild maar hebben dikwijls ook de duurste huizen.

Ander onderzoek vindt wel de door Bonneux gesuggereerde trend, maar dit is dus niet altijd het geval. Er is veel aandacht besteed aan het ontrafelen van de onderscheiden effecten van sociale status en fijn stof. In het epidemiologisch onderzoek bekijken wij bijvoorbeeld één specifieke groep binnen de samenleving zodat van deze vertekening geen sprake meer is.

Uit dat onderzoek blijkt soms (maar niet altijd) dat mensen met sociale achterstand een grotere gevoeligheid hebben voor schade door luchtverontreiniging. Overigens kan worden opgemerkt dat het onderzoek naar (andere) effecten van sociale status op precies dezelfde manier (en deels door dezelfde onderzoekers, in dezelfde studies) wordt uitgevoerd als het onderzoek naar fijn stof.

Er kunnen dan ook dezelfde vragen bij worden gesteld. Maar kennelijk zijn wij kwakzalvers wanneer wij onze aandacht richten op fijn stof, en is deze kwalificatie niet van toepassing in die delen van onze rapportages die over sociale status gaan?

2. Dan is er het onderzoek op proefdieren dat uiteraard niet onderhevig is aan sociaal-economische factoren. In tegenstelling tot wat Bonneux beweert neemt de overeenstemming tussen resultaten van studies op proefdieren en epidemiologisch onderzoek bij de mens al jaren toe.

De heer Bonneux heeft het tot nu toe niet aangedurfd zijn ‘kritiek’ aan collega-onderzoekers in de vaktijdschriften aan te bieden

Een voorbeeld wordt gevormd door studies bij muizen die gevoelig zijn voor het ontwikkelen van slagaderverkalking. De muizen werden voor de ene helft blootgesteld aan zuivere lucht en voor de andere helft aan concentraties fijn stof die realistisch zijn voor onder andere de situatie in Vlaanderen en dus niet de extreem hoge concentraties waar Bonneux het over heeft.

De blootgestelde groep ontwikkelde na een blootstelling van 6 maanden veel meer verkalking dan de niet-blootgestelde groep.

3. Tot slot onze evolutionaire “gewenning” aan de rook van vuurtjes. Hier kunnen we kort over zijn: dit is baarlijke nonsens. Bonneux zou er goed aan doen dit verhaal eens te vertellen aan de moeders en vaders van de honderdduizenden jonge kinderen die jaarlijks sterven in ontwikkelingslanden als gevolg van het inademen van deze rook via het koken op open houtvuren of simpele traditionele kachels.

Of zou dit ook een misverstand zijn dat eenvoudig kan worden ‘verklaard’ door de ongetwijfeld grote sociale achterstand van deze mensen? Geen enkele van de door Bonneux beschuldigde “aanhangers van de fijn stof-hypothese” heeft ooit verkondigd dat luchtverontreiniging door fijn stof de belangrijkste, laat staan de enige ziekmakende factor zou zijn in onze moderne maatschappij.

Het is juist dat de lucht in onze streken nu schoner is dan een aantal decennia geleden toen er nog veel steenkool werd verbrand en er (bijna) geen regelgeving met betrekking tot het leefmilieu bestond; we wijzen ook op de gevaren van het roken van tabak (“doe-het-zelf-luchtverontreiniging”, de meest dodelijke bron van fijn stof) en betogen dat armoede de gezondheid rechtstreeks en onrechtstreeks ernstige schade toebrengt.

Luchtverontreiniging door fijn stof zorgt in België en Nederland voor een beduidende – wetenschappelijk goed onderbouwde – bijdrage aan ziekte en sterfte bij kinderen en volwassenen. Uit het MIRA-rapport blijkt dat fijn stof de milieufactor is die de gezondheid de meeste schade toebrengt. Het blijft dus nodig om de concentraties ervan verder te reduceren.

Schijndiscussie
Al jaren geleden lieten degelijke kosten-batenanalyses zien dat de kosten van verdergaande maatregelen veel lager zijn dan de in geld uitgedrukte gezondheidswinst. Het is verder geen kwestie van “ofwel luchtvervuiling, ofwel sociale achterstand”, maar van een geïntegreerde aanpak van alle factoren die de gezondheid bedreigen.

Daarbij is niemand geholpen met schijndiscussies waarin de bewijskracht van milieufactoren op andere wijze wordt beoordeeld dan die van sociale achterstand, hoge bloeddruk, etcetera.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: